Member details
 Show in normal design
 
8 Jun, 00:52, 56 x viewed
En daar stond ik dan. Alleen tussen allerlei kunstvoorwerpen waar ik een moord voor zou doen om ze aan te kunnen raken. Zou ik rond mogen lopen, dacht ik. Doe niet zo idioot Veer. Natuurlijk mag je rond lopen. Langzaam liep ik het kantoor rond. In een vitrinekast die mooi belicht werd stonden verschillende godenbeeldjes. Mijn oog viel op een bijna perfect marmeren beeldje van Dionysos. God dit moest kapitalen waard zijn. Waarom stond het eigenlijk hier en niet in het museum zelf ging het door me heen. Inmiddels was de temperatuur in het kantoor in mijn gevoel nog hoger opgelopen. Ik liep naar het raam en keek of het open kon voor de noodzakelijke frisse lucht. Muurvast en ik vloekte zachtjes in mijzelf. Inmiddels liep het zweet in straaltjes van mijn lijf. De zwart leren bureau stoel van Damiën zag er uitnodigend uit en met een plof liet ik mij er in wegzakken. Er zaten van die handige hendeltjes aan. Door mijn gemorrel schoot ik ineens achterover in lig stand. Ach, wat kan het mij ook schelen, dacht ik nog en ik doezelde weg.

Ik werd wakker door het verzengende gevoel dat een kus mijn lippen in brand zette. Door de schrik viel ik uit de stoel en het eerste wat ik zag waren rieten slippers en de onderkant van een wit linnen broek. Mijn hart sloeg meer dan tweehonderd slagen per minuut op dat moment en ik hijgde om op adem te komen. Op mijn achterwerk kroop ik achteruit van deze kwelgeest. Ik trok mij terug naar de verste hoek van Damiën zijn kantoor. Zijn treiterende lach klonk weer in mijn oren. Hij hield zijn hoofd een beetje schuin en leek me te bestuderen. Zijn zwartfluwelen ogen leken naar het binnenste van mijn ziel te kijken. “Ga je mee?” vroeg hij. En hij beet met zijn parelwitte tanden even op zijn onderlip. Hij draaide zich naar mijn gevoel razendsnel om en stond ineens voor de vitrine kast die met één beweging van zijn hand openging. Hij pakte een Egyptisch beeldje dat de godin Isis voor moest stellen. Eerbiedig zette hij het voor zich op het tapijt en ging er op zijn knieën voor zitten. Daarna boog hij, legde zijn handen plat op de grond en raakte met zijn voorhoofd de grond aan. Hierbij hoorde ik hem zacht mij onbekende woorden zeggen. Eerbiedig pakte hij het beeldje weer op en zette het weer terug in de kast. Toen hij zich omdraaide leken zijn ogen te vlammen van boosheid. “Je moet meekomen,” zei hij. Zijn stem leek door mijn hoofd te galmen en verlamde me. “Het is hier niet veilig”. En ineens stond hij weer over mij heen gebogen. De hitte die hij uitstraalde voelde intens aan. Met alle moed die in me was sprong ik op en rende naar de andere kant van de kamer. Achter mij hoorde ik hem lachen. “Gaan we spelen,” fluisterde hij in mijn oor. Met een gil rende ik weer weg. Nu met wat ik dacht het bureau veilig tussen mij en hem en een telefoon binnen handbereik.

In paniek pakte ik de telefoon. De man stond tegen de deur geleund en bekeek zijn handen, zijn huid leek wel goudkleurig op te lichten. Ik drukte op verschillende toetsen maar er gebeurde totaal niets. Af en toe keek hij mij eens aan en dan glimlachte hij waardoor ik even een glimp van zijn parelwitte tanden zag. “Werkt het niet?” En hij stond weer naast me. Zijn lach dreunde door mijn hoofd. Zijn handen pakten mijn polsen beet en hij tilde mijn handen van tafel. Hij draaide mijn handpalmen naar hem toe en drukte er een snelle kus op. Ik rukte me los en viel bijna achter over. En hij wervelde weer naar de deur. Op zijn gemak leunde hij er weer tegenaan. Ik zag op het computerscherm nog steeds de beelden van mijzelf bij de tempel van Taffeh. Ik liep weer naar het bureau mijn blik steels gericht op de man bij de deur. Hij bestaat niet, zei ik bij mezelf. Je ziet het zelf hier op het scherm hij is er niet. Dit is pure fantasie. De man bij de deur schaterlachte ineens. “Ben ik je fantasie?” zei hij. Mijn hart sloeg weer eens over. Ik deed mijn ogen dicht in de hoop dat als ik ze open deed hij weg zou zijn en dit een rare droom was. “Dromen zijn bedrog,” zei hij nu. Ik deed mijn ogen open en staarde weer naar het scherm. Ik nam de muis in mijn handen en klikte op de optie recente beelden. En ging via de camera’s opzoek naar Damiën. Ik wilde weg uit dit spookhol om voorlopig niet meer terug te komen. Weer hoorde ik die lach en de lucht wervelde warm door het kantoor. “Je zult niet vinden wat je wilt,” zei hij. Bij elke klik zag ik zalen voorbij gaan, maar geen Damiën te zien. De volgende klik liet me de opslagruimte zien waar het ongewoon druk was. Drie mannen waren bezig voorwerpen in kratten, gevuld met stro, te leggen. In één van de mannen herkende ik de suppoost die eerder op de dag in de zaal van Egyptische oudheden had gezeten. Een mooi beeld wat ik herkende als van de godin Bastet werd voorzichtig in haar tijdelijke behuizing gelegd. Enigszins verward bleef ik naar het scherm kijken en zag hoe de mannen artefact na artefact in kisten opborgen. Ergens in mijn achterhoofd ging een alarmbelletje af. Dit klopt niet, dacht ik en waar is Damiën? Weer klikte ik verder, opzoek naar de directeur die nu bijna net zo ongrijpbaar leek als het wezen wat bij mij in het kantoor stond. Bij de volgende klik keek ik in de zaal van Egyptische oudheden. Tot mijn opluchting zag ik Damiën daar staan. Hij stond voor de vitrine waarin het beeld stond waar ik voor teruggekomen was. Ergens in mij had ik een gevoel dat er iets niet klopte, maar ik kon het niet direct plaatsen. Tot het mij te binnen schoot dat hij gezegd had dat het alarm op het museum gedeelte al aan stond. Het bevreemde mij nu om hem daar te zien staan. Ik zag hem de sleutel van de vitrinekast in het slot steken. Achter mij klonk een hard gesis, ik draaide me om en keek in de glasharde ogen van de man. Hij staarde vol woede naar het scherm. De lucht wervelde warm om mij heen en hij was verdwenen.

Met open mond staarde ik het kantoor rond en kon geen spoor meer van hem ontdekken. En ik kreeg het opeens koud. Een bal van onbehagen leek zich te vormen ergens in mijn maag. Mijn handen trilden toen ik met de muis klikte om in te zoemen op Damiën. Ik zag hem aan het slot morrelen, maar ik merkte aan zijn bewegingen dat het slot niet open wilde. Hij gebruikte een zakdoek om zijn voorhoofd af te vegen en zag hem daarna naar een klein console, dat op de muur bevestigd, was lopen. Hij tikte tegen het apparaatje, opende het en drukte op een paar toetsen, maar aan zijn gezicht te zien zonder succes. Ik zag hem terug lopen naar de vitrine en weer met de sleutel morrelen in het slot. Op een gegeven moment zag ik hem een zakdoek nemen en om zijn vuist binden. Met grof geweld sloeg hij het glas van de vitrine aan diggelen. Hij pakte het beeldje voorzichtig op en wilde er de zaal mee uitlopen. Op dat moment zag ik zijn ogen groot worden en een onaangename trek verspreide zich over zijn knappe gezicht. Hij sprak maar ik kon niet zien tegen wie. Weer zag ik hem spreken op een naar het leek commanderende toon. Maar nog steeds kon ik niet zien tegen wie. Even leek het of er angst op zijn gezicht te zien was en als een haas zag ik hem de zaal uitvluchten. Zenuwachtig klikte ik weer in het menu om te kijken of ik Damiën kon volgen. Ik zag hem richting de open deur van de opslagruimte rennen. Maar voor hij daar aankwam sloeg de deur dicht. Één van de mannen die ik eerder gezien had bij de beelden van de opslag ruimte, was daar uit gekomen en stond nu ook in de gang. Mijn handen die inmiddels glad waren van het zweet gleden van de muis af en raakten een paar toetsen op het toetsenbord. Een hoop gekraak klonk uit de boxen naast de pc.” Er is hier nog iemand anders in het museum,” hoorde ik Damiën zeggen. “Vindt hem en schakel hem uit. We kunnen niet nog meer pottenkijkers gebruiken”.

De bal van onbehagen die zich al in mijn maag gevormd had leek nu meer de grote van een voetbal aan te nemen en ik voelde mij licht onpasselijk worden. Ik hoefde geen Sherlock Holmes te zijn om te begrijpen dat een aantal kunstvoorwerpen hier verdonkeremaand werden. Alleen begreep ik de diefstal van het beeldje niet. Dit stond tentoongesteld en zou zeker gemist worden door een medewerker. Zelfs zonder gebroken vitrine. Mijn ogen waren nog steeds vast genageld aan het computerscherm en weer hoorde ik gepraat uit de boxen komen. “Heb je het beeld toch genomen?” hoorde ik de man zeggen. “Hoe wou je dat verklaren? Ik dacht dat we het er over eens waren om dat beeld te laten staan. Het valt gelijk op dat het weg is”. Ik zag Damiën lachen. Voor het eerst ontdekte ik een sprankje warmte in zijn stem terwijl hij het beeldje leek te liefkozen. “O, maak je maar geen zorgen “hoorde ik hem zeggen.” Ik heb een prachtig alibi in mijn kantoor zitten.” De atmosfeer in het kantoor leek af te koelen naar een nul punt en ik zag kippenvel opkomen op mijn armen. Je bent hier niet veilig had de vreemde man gezegd. Hier in het kantoor blijven wachten tot Damiën terug kwam en god mag weten wat hij ging doen, leek me geen optie. Maar hoe kom ik hier weg?, ging het door me heen.

Ik ijsbeerde door het kantoor, met af en toe een blik op het scherm. In de chaos die op dit moment mijn gedachten waren probeerde ik ook nog eens te luisteren naar wat de mannen bespraken.” Wie zit er dan in je kantoor?” hoorde ik de andere man zeggen. “Een verlate museum bezoekster die hier wel meer gezien is. Ze is ingesloten en stom toevallig belt ze mijn toestel. Mooier kan niet.” “ Wat ben je met haar van plan?” vroeg de man. “ O, iedereen kan hier getuigen dat ze uitermate veel belangstelling had voor de Egyptische voorwerpen. Als ik haar in de Egyptezaal uitschakel, verklaart dat het verdwijnen van het beeld en de medeplichtigen zijn direct gevlucht toen ze ontdekt werden. Ze heeft trouwens de gouden scarabee gezien. We kunnen ons niet veroorloven dat ze dat rond gaat bazuinen. “ Ik zag op het scherm Damiën verliefd lachen terwijl hij het beeld omhoog hield.” God wat is het schitterend,” hoorde ik hem zeggen.”Ik weet niet wat je er aan vindt,” zei de andere man. “Het geeft mij de kriebels.” “ En die vent waar je het over had,” hoorde ik de hem weer zeggen. Damiën zei: “Vind hem en schakel hem uit. Dump hem ergens. Maakt me niet uit waar. Maar kijk wel uit, hij gaf mij de kriebels.” De ander lachte zachtjes en haalde een revolver achter uit zijn broeksband vandaan. Ik denk dat hij eerder hier de kriebels van zal krijgen” zei hij. Ze grinnikten beide. Ik zag Damiën weglopen en wist dat ik hier weg moest.

Ik herinnerde mij dat even voorbij de entreezaal de toiletten waren en dat hier ook een vrij groot matglazen raam in zat. Ik had geen idee waar dit raam uit zou komen maar het was de enige kans die ik had, redeneerde ik. Al zou ik in een gracht donderen dan maakte het mij niet uit. Mijn enige angst was dat het op een binnenplaats uit zou komen. Hier slikte ik even. In de toiletten waren ook geen camera’s aanwezig. Ik hoopte daar mijn voordeel mee te doen, maar eerst moest ik er zien te komen. Ik deed de deur van het kantoor open en liep snel de gang uit en de trap af. Ik sloeg de gang in die mij weer naar de entreezaal zou moeten brengen. Althans dat dacht ik. Toen ik de deur open deed keek ik niet in de entreezaal maar in de personeelskantine. Shit, was mijn eerste gedachte. Ik wilde weer terug lopen, maar ik hoorde een deur open en dicht gaan en besloot mijn geluk te beproeven in de kantine. Ik rende zo snel ik kon naar de andere kant van de kantine in de hoop daar een andere deur te vinden. Achter in de zaal zag ik het groene lichtje van het bordje dat bij de nooduitgang hoorde. Door het glas van de deur zag ik een gang. Snel rukte ik de deur open en rende de gang in. Achter mij hoorde ik een geluid dat maakte dat ik me omdraaide. Tot mijn afschuw zag ik het lampje op de camera groen oplichten en mijn richting uitdraaien. Ik wist dat ze mij hadden gevonden en ik moest rennen voor mijn leven. Ik had geen idee waar ik me bevond in het museum. Ik rukte de eerste de beste deur open die ik zag en keek in een bezemhok. Snel rende ik weer verder naar het einde van de gang naar een deur die ik herkende als een buitendeur. Mijn hoop werd gelijk de bodem in geslagen toen ik er achter kwam dat hij op slot was. Er zat niets anders op om een paar andere deuren in de gang te proberen. De eerste de beste deur die ik daarna open trok liet me alleen een klein kantoortje zien. Voor de ramen waren aan de buitenkant decoratieve tralies bevestigd. Met geen mogelijkheid zou ik daar door kunnen. Bij de volgende deur had ik meer geluk en herkende het kantoortje van de receptionist. Als het museum geopend was stond de deur naar de entreezaal altijd open. Nu was die gesloten en ik hoopte dat hij niet op slot zat. Ik rende het kantoortje door en rukte aan de deur. Ik voelde een spier in mijn schouder verrekken door de kracht waarmee ik aan de deur trok, maar de deur gaf niet mee, hij zat op slot. Uit pure frustratie gaf ik een schop tegen de deur en een snik ontsnapte uit mijn mond. Door de dreun viel er een sleutel van de richel boven de deur. Met trillende vingers pakte ik de sleutel op en durfde niet te hopen dat hij zou passen. Mijn handen trilden zo erg dat ik de sleutel niet direct in het slot kreeg.”Rustig, rustig nou, “zei ik hardop tegen mijzelf. Ik zuchtte diep om mijn zenuwen onder controle te krijgen. In de verte hoorde ik voetstappen.


Wordt vervolgd.

http://verasimon.hyves.nl/blog/13052421/Museumgeheimen_deel_1/5gFC/



© Vera Simon
Forward  Flag as offensive
Tags (i)
The owner of the photo/video/blog can see who posted the tag, and only friends are allowed to tag. Max. 10 tags per photo/video/blog.
 
14 Jun, 15:40
Goed geschreven, lekker om te lezen, ik ga door!
11 Jun, 20:48
Knappe opbouw zeg!! En het leest lekker! (y)
9 Jun, 16:10
hoi vera

net als het spannend wordt stopt het :-(
nou maar afwachten op de rest

gr jolanda
8 Jun, 23:17
Nou nou.......................... spannend hoor!!!

Ik wacht vol ongeduld op deel 3 .

Carin.
8 Jun, 22:02
Hoi Vera,

Heb me helemaal verloren in jouw spannende verhaal, vergeet alles om me heen. Zo wil ik wel een héél dik boek lezen, het boeit enorm. Dus kijk ik vol verwachting uit naar het vervolg, als je het uitbrengt, dan wil ik het hébben!

Wens je veel succes met het schrijven,
je doet het hardstikke goed!

Groeten van Janny:-d
8 Jun, 14:36
spannend.... ik wacht ook vol ongeduld op deel 3

Graag gelezen weer!
8 Jun, 14:26
:clap:

Enne... "ijsbeerde", leuk dat je nog even naar Tris en mij verwijst :-p
8 Jun, 12:07
Mooi geschreven...again...
8 Jun, 10:54
Vera, nu begrijp ik beter hoe het komt dat je het verhaal in stukken hebt geknipt.

En jij maar de spanning opvoeren. Ik heb dit tweede deel gelezen, maar ik weet nog niet veel. :-@

Moet er toch echt gewacht worden op het volgende deel. :-(

Nou vooruit, ik zal een grote jongen zijn, mijn rug rechten en keurig wachten op het vervolg.

Enne, hoe vaak noem jij je Veer?
8 Jun, 05:48
Nog spannender dan het eerste deel! Ik word heel ongeduldig van zo'n einde...kom maar snel met deel 3!
8 Jun, 01:07
Bij het wakker worden....
Toch nog voor het slapen gaan gelezen!;-) !
En nu nog een deel 3 Vera, die krijgen we dan morgenochtend neem ik aan?;-)

Pakkend verhaal, mooi!!!